Geluksvogels
Geen taal leent zo makkelijk woorden als het Nederlands. Engelsen willen nog weleens Franse woorden lenen, maar laten het daarbij. En zelfs dan verkrachten ze de uitspraak vaak nog: turquoise wordt door hen uitgesproken als t-u-r-k-oi-s. Duitsers verzinnen het liefst zelf al hun woorden; ze hebben geen telefoon, maar een handy en een software-update is een aktualisierung. Fransen houden zo krampachtig vast aan hun eigen taal dat ze er een heel instituut voor hebben opgericht, de Académie française. O wee als er een Engels woordje tussen glipt, of als een concept uit een ander land in die taal wordt uitgesproken. Nee hoor, dan gaat dit instituut aan de slag met een Franse variant om de taal te behouden.
Neem dan Nederlands. Het fijne Nederlands, het relaxte Nederlands, het praktische Nederlands. Vinden wij een woord in een andere taal leuk of handig, dan kan dat er toch gewoon bij? fingerspitzengefühl, jus d’orange, weekend… Als je een tijdje doorgaat, heb je zo een hele taal bijeengeraapt. En waarom zouden we de uitspraak veranderen? We doen gewoon ons best, soms met wisselvallig resultaat, om het in de originele taal uit te spreken. Dat is toch logisch?
Sommige woorden zijn al zo lang in gebruik dat je even een a-ha-erlebnis hebt als je je realiseert dat een woord eigenlijk uit een andere taal komt. Portemonnee uit het Frans gaat nog wel. Maar bamboe komt bijvoorbeeld uit het Indonesisch, haven uit het Noors en knal en keurig komen uit het Duits.
Andere woorden zijn al zo lang in gebruik dat je je oprecht verbaast als blijkt dat ze uit een andere taal komen. Laatst vertelde een internationale student me dat ze ‘pechvogel’ een geweldig woord vond. Met zo’n goed woord werd pech hebben opeens een stuk schattiger. Helemaal mee eens natuurlijk, al bleek na even googlen wel dat pechvogel gewoon regelrecht uit het Duits komt.
Dat kun je als trotse Nederlander jammer vinden, maar ik vind het juist geweldig. Wij zijn de enigen die zo’n leuk woord gewoon zonder gedoe lenen. Daarom gebruik ik voor de Nederlandssprekenden liever het tegenovergestelde leenwoord:
Geluksvogels!