Lettertje voor lettertje
Ik had nooit gedacht dat letters zo spannend konden zijn. Mijn broer leerde lezen en zat op oma’s schoot in de zetel, zijn boek open op haar knieën. Ik, een kleuter met iets te veel nieuwsgierigheid, kroop aan de andere kant heel dichtbij en wilde hoe dan ook meevolgen. Hij las hardop, ik fluisterde mee. Ergens tussen al die losse klanken door klikte er iets: woorden kregen betekenis en ik was verkocht.
Al snel pakte ik zelf mijn eerste boekjes vast. Ik probeerde de letters na te zeggen, struikelde over woorden, maar gaf niet op. Toen ging de bal aan het rollen: ik las steeds beter, steeds enthousiaster, en was niet meer te stoppen. Het plezier om woorden te ontdekken had me helemaal in zijn greep.
Die zomervakantie tussen de laatste kleuterklas en het eerste leerjaar werd een avontuur op zich. Bijna elke dag zat ik op mijn kleine blauwe stoeltje in de zon, helemaal alleen. Naast me stapelden de boeken zich op, soms acht tot twaalf hoog, klaar om me meteen mee te nemen naar het volgende verhaal. Mijn mama zuchtte dan, half geamuseerd, half radeloos: “Alwéér een boek uit?” Maar het maakte me niets uit. Lezen voelde als spelen en ontdekken tegelijk.
Het mooiste vond ik de kleine overwinningen: een letter die ik eindelijk kon herkennen, een woord dat ik begreep, een zin die ik helemaal zelf kon lezen. Die momenten gaven me een tinteling van trots. Elke pagina voelde als een nieuw avontuur, een stukje van een wereld die ik langzaam leerde kennen. Het blauwe stoeltje werd mijn troon, mijn boot, mijn kasteel - mijn plek om te verdwalen in verhalen, dag na dag, boek na boek.
Nu nog steeds, jaren later, voel ik datzelfde plezier wanneer ik een boek opensla. Alles begon in die zomer, op dat kleine blauwe stoeltje, omringd door stapels boeken en een hart vol nieuwsgierigheid. Sinds die zomer weet ik dat taal en verhalen iets magisch hebben: ze openen deuren en nemen je mee - lettertje voor lettertje.