24 apr 2026

Woordtrends in beeld met Woordpeiler

Wanneer stond het woord manosfeer voor het eerst in een Nederlandstalige krant? In welk jaar werd het woord weekend qua gebruik ingehaald door het woord weekeinde? En komt het woord internet nu minder vaak voor dan tien jaar geleden, of juist meer? De online tool Woordpeiler van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) brengt in beeld hoe het gebruik van woorden door de tijd heen verandert.

Wat is Woordpeiler?

De webapplicatie Woordpeiler visualiseert de frequentie van woorden in Nederlandstalige krantenartikelen, gemeten vanaf 2000 tot nu. Zo kwam het Engelse woord manosphere en de vernederlandste vorm manosfeer in 2016 voor het eerst voor in de kranten, maar pas vanaf 2025 is er een opvallende stijging te zien van beide varianten. Dat heeft te maken met het verschijnen van de Britse miniserie Adolescence, over een dertienjarige jongen die verstrikt raakt in de online manosfeer. Het gebruik van manosphere en manosfeer gaat tot nu toe redelijk gelijk op, anders dan bij de woorden weekend en weekeinde. In 2002 kreeg het woord weekeinde serieuze concurrentie van de Engelse vorm weekend. Een tijdje werden ze naast elkaar gebruikt, maar na twee jaar verloor weekeinde de strijd definitief. Nog een woord dat we overnamen uit het Engels is internet. In het jaar 2000 was internet nog een relatief nieuw en een snel ontwikkelend fenomeen. Het woord internet kwam dan ook vaak voor in krantenberichten. Maar internet veranderde vrij snel van voorpaginanieuws in alledaagse technologie, en sindsdien neemt het gebruik van het woord in rap tempo af.

Vlaams-Nederlandse verschillen

Deze woordtrends weerspiegelen niet alleen maatschappelijke en technologische ontwikkelingen (manosfeer, internet) of veranderingen in woordkeuze (weekeinde, weekend). Maar ook verschillen tussen taalvariëteiten komen aan het licht. Tijdens de coronapandemie kwam bijvoorbeeld in Nederland het woord mondkapje vaak voor, terwijl in België juist mondmasker gebruikt werd. En waar in Nederlandse kranten geschreven wordt over importheffingen en grondstoffendeal, lees je in Vlaamse kranten meestal over importtarieven en mineralendeal.

Hoe kun je Woordpeiler gebruiken?

Zoek een woord in de zoekbalk en Woordpeiler visualiseert in een grafiek de frequentie ervan door de jaren heen. De grafiek toont standaard alle taalvariëteiten in de periode van 2000 tot en met nu en een interval van 3 maanden. Deze standaardinstellingen zijn desgewenst aan te passen. Ook is het mogelijk om op meerdere woorden tegelijk te zoeken en om de grafiek te downloaden als afbeelding. Op de voorpagina van Woordpeiler staan verschillende aanklikbare voorbeelden waaronder recente trendwoorden, periodiek terugkerende woorden en verdwijnwoorden.

Waar komt de data vandaan?

De gegevens in Woordpeiler komen uit het krantenmateriaal van het Corpus Hedendaags Nederlands (CHN), samen goed voor meer dan 3 miljard woorden tekst. De teksten in dit corpus vertegenwoordigen alle taalvariëteiten van het Nederlands. Ze worden automatisch verwerkt en taalkundig verrijkt met een lemma en een PoS-tag (woordsoortaanduiding). Voor onderzoekers en mensen met een CLARIN-account is er vanuit Woordpeiler een directe koppeling naar het CHN om gedetailleerde (meta)data te kunnen bekijken.

Woordpeiling

Sinds januari 2025 brengt het INT maandelijks een Woordpeiling uit met de meest kenmerkende woorden van de voorafgaande maand. Daarbij wordt gekeken naar hoe vaak elk woord voorkomt (frequentie), de ontwikkeling en toename van het gebruik ervan en de mate waarin een begrip tijdelijk piekte. Functiewoorden worden buiten beschouwing gelaten, evenals namen en woorden die maar in één krant voorkwamen of in een enkel artikel.