Houden van, een kleine spraakkunst
Hoe zeg je dat je van iemand houdt in een taal die al haar grammaticale weerbarstigheid in de strijd werpt om juist dat te bemoeilijken?
Het is hartje winter en ik sta op de hoek van de straat, te wachten op jou. In mijn hoofd weergalmt een zoetsappig liefdesliedje, een van de weinige in zijn soort dat me oprecht kan bekoren. And I Love You So, van Don McLean. Misschien is het wel juist de complexloze zoetsappigheid ervan die het het hem doet. Ik ben nog nooit verliefd geweest, maar liefde ken ik zeker, evenals het verlangen iemand duidelijk te maken dat hij of zij het object van die affectie is. Maar altijd weer loop ik tegen een schijnbaar onvermijdelijk obstakel aan: de taal die ik spreek.
Ik hou van je. Wie zegt dat nu, in het echt? Onmiddellijk komt me een generieke filmscene voor ogen: Twee geliefden maken intens oogcontact. Dit is het moment waar alles vanaf hangt, het scharnierpunt van de plot. Iemand moet het zeggen, elk moment nu. Iemand moet onder woorden brengen wat de voorbije anderhalf uur tot ergernis toe van het scherm is gespat. En dan gebeurt het: een van hen haalt diep adem, en zegt vervolgens in keurig Nederlands: “Ik hou van je”. Bij de gedachte alleen al barst ik in lachen uit. Het is het soort scenario dat je alleen zou tegenkomen in de slecht geacteerde Nederlandstalige soaps die ik nooit langer dan een paar minuten laat aanstaan uit plaatsvervangende schaamte. Cringe, zoals mijn generatie het zo eloquent zou verwoorden. Maar waarom? Zou de scene zich in het Engels afspelen, dan zou ze perfect acceptabel zijn. Een beetje zoetsappig misschien, maar oké. Het is niet de inhoud die wringt, het is de constructie.
I love you. Je t’aime. Ich liebe dich. Ti amo. Allemaal semantisch rijke werkwoorden die uit één woord bestaan, met een direct object. Elegant. Krachtig. Precies zoals een liefdesverklaring zou moeten zijn. En dan is er het Nederlands. ‘houden van’, een werkwoord in twee woorden, afgeleid van weer een ander werkwoord (‘houden’), met een indirect object. Killer wordt het niet. Een alternatief dan maar? Ik zie je graag: al even omslachtig, en lichtjes anticlimactisch. Ik heb je lief: opnieuw die vreemde connotatie van bezit. Ik bemin je: grammaticaal perfect, maar lijkt recht uit een ridderroman geplukt. Geen wonder dat veel mensen, waaronder ikzelf, tegenwoordig hun toevlucht nemen tot het minder lyrische ‘love you’. Het werkt, het werkt goed zelfs, maar ergens doet het pijn. Het is niet mijn taal. En dat voor zoiets intiems.
Zou het met ons te maken hebben, denk ik terwijl ik half verkleumend voor me uitstaar, met onze volksaard, zoals Herder het zou noemen? Zijn wij, Nederlandstaligen, zo onhandig in het uiten van genegenheid dat die onbeholpenheid zich zelfs heeft vastgezet in onze taal? Vinden we het zo onwennig om elkaar te omhelzen dat het op veilige afstand moet gebeuren, met een voorzetsel ertussen?
Of is het geen gebrek, zoals ik het altijd ervaren heb, maar een kans? Een uitnodiging om je eigen liefdesverklaring te knutselen, wars van conventies, van uitgeholde woorden die iedereen gebruikt? Een aanmaning om stil te staan bij wat je nu écht wil zeggen?
De zon begint achter de horizon te zakken, en eindelijk ben je daar. Een onverklaarbare warmte welt in me op, doet mijn gedachten smelten als sneeuw voor de zon. Je verontschuldigt je, vraagt of ik het niet te koud heb door al dat wachten. Ik strek mijn armen uit en voel de jouwe om me heen sluiten. “Voor jou,” antwoord ik, “zou ik de hele nacht gewacht hebben” Je glimlacht. En je begrijpt het. Je hoort de woorden die ik niet uitspreek. Je houdt ook van mij.
Elise RenckensIn onze cultuur is er heel veel aandacht voor romantische liefde, terwijl andere vormen van liefde (bijvoorbeeld vriendschap) minstens even diepgaand en vervullend kunnen zijn. Als lezers iets meenemen uit mijn tekst, dan hoop ik dat het dat is.