28 jan 2026

Nederlands werkt… in de haven!

Triëst 23 januari

In de aula van de SSLMIT, de opleiding Tolk/Vertaler van de Universiteit van Triëst, komen onderwijs en bedrijfsleven samen. Vertegenwoordigers van het World Trade Centre Trieste, de Havenautoriteit van Triëst, diverse logistieke bedrijven, Flanders Investment and Trade en het Nederlandse consulaat zijn aanwezig voor een bijeenkomst over het project ‘Nederlands als sleutel tot samenwerking tussen bedrijfswereld en academici’. Ook Gunther Van Neste, algemeen secretaris van de Taalunie, en Karlijn Waterman, beleidsadviseur bij de Taalunie, wonen de bijeenkomst bij. Het project werd uitgevoerd met steun van de Taalunie.

Later op de dag volgen speeddates tussen bedrijven en studenten die Nederlands in hun talenpakket hebben. De deelnemende bedrijven zijn geselecteerd op basis van hun handelscontacten met Vlaanderen en Nederland.

Pioniers in talenstudies

Het Havenproject is een initiatief van Paola Gentile, Elisabeth Braem en Dolores Ross van de vakgroep Nederlands van de SSLMIT, in samenwerking met Mia Ratinckx van de vakgroep Italiaans van KU Leuven. Samen behoren zij tot de pioniers die de toekomst van talenstudies actief vormgeven.

Triëst en KU Leuven (campus Antwerpen) werken al jaren samen in een dubbel bachelorprogramma voor talentvolle studenten. Met dit project zetten zij een volgende stap: de maatschappelijke impact van talenstudies zichtbaar maken en de beroepsmogelijkheden voor studenten met talenkennis versterken.

Havens als knooppunten van meertaligheid

Die samenwerking krijgt vorm op een plek waar internationale contacten vanzelfsprekend zijn: de haven. Havens zijn knooppunten van internationaal verkeer en interculturele en meertalige communicatie. Het Nederlandse taalgebied speelt daarin een sleutelrol, met Rotterdam en Antwerpen als de grootste havens van Europa.

De initiatiefnemers sloegen daarom de handen ineen met Flanders Investment and Trade en het Nederlandse consulaat. Samen legden zij contact met de haven van Triëst, van oudsher een belangrijk handelsknooppunt tussen Centraal- en West-Europa. Met vertegenwoordigers van de haven en van het logistieke bedrijf Alpe Adria bezochten zij de haven van Antwerpen. Daarmee was de basis voor het project gelegd.

Talen, soft skills en vertrouwen

Bij het project werd ook senior EU-expert Lutgart Spaepen betrokken. Zij is opgeleid als tolk-vertaler, onder meer in de talencombinatie Nederlands–Italiaans, en bouwde een loopbaan uit in de economische diplomatie en Europese samenwerking. Zij schetst welke stappen binnen het project zijn gezet en waar de kansen liggen.

De economische banden zijn aanzienlijk: de regio rond Triëst exporteert voor 1,3 miljard euro naar Nederland en Vlaanderen; in omgekeerde richting gaat het zelfs om 2 miljard euro. Samen met de bedrijven werd gekeken naar de meerwaarde van talenkennis en naar de benodigde competenties.

Hoewel Engels een belangrijke rol speelt in internationale contacten, blijken andere talen, zoals Nederlands, onmisbaar. Onderhandelingen verlopen soepeler wanneer ook de lokale taal wordt gebruikt. Dat schept vertrouwen en voorkomt, soms kostbare, misverstanden.

Angelo Aulicino, directeur van Alpe Adria, benadrukt daarom naast talenkennis ook andere ‘soft skills’ die (ver)taalstudenten meebrengen: interculturele vaardigheden, analytisch denken, empathie en actief luisteren. Die combinatie maakt dat zij goed begrijpen wat een klant nodig heeft. Maria Elena Arena, de eerste oud-student van de Universiteit van Triëst die bij Alpe Adria werd aangenomen, bevestigt dit. Werken in en rond de haven betekent voortdurend communiceren met medewerkers, klanten, leveranciers en partners met uiteenlopende achtergronden en perspectieven.

Zakelijk speeddaten met studenten Nederlands

’s Middags ontmoeten 33 gevorderde studenten Nederlands uit Triëst potentiële werkgevers tijdens een speeddatesessie in een zaaltje boven café Eppinger. Twee aan twee gaan ze in gesprek. Ze zijn goed voorbereid, hebben visitekaartjes laten maken en presenteren zichzelf in korte pitches. Na vijf minuten klinkt de bel voor de volgende ronde.

De studenten spreken minimaal drie vreemde talen, vaak meer. Hun kennis van het Nederlands geeft hen een extra voordeel op de arbeidsmarkt. Sommigen weten al precies welke richting ze uit willen, zoals Daniele Araldo en Elena Compostella, die diezelfde middag ook tolken tijdens de conferentie. Beiden studeerden eerder in België. De middag blijkt een succes: studenten en werkgevers blijven nog lang napraten.

Ambities voor de toekomst

De initiatiefnemers kijken verder dan dit eerste project. Er ligt al een plan voor een vervolg. België en Nederland vormen samen de grootste havendelta van Europa, met wereldwijde netwerken en uitgebreide achterlanden. De volgende stap is samenwerking met de haven van Rotterdam.

Daarnaast willen de initiatiefnemers hun ervaringen delen met collega-neerlandici in andere landen, zodat ook zij vergelijkbare initiatieven kunnen opzetten. Dat is belangrijk, want tijdens het project bleek dat havens en universiteiten elkaars werelden nauwelijks kennen.

Interesse vanuit de universiteit

Ook binnen de universiteit is de belangstelling groot. Twee vice-rectoren waren aanwezig bij de bijeenkomst. Een dag eerder spraken Paola Gentile, hoofd van de vakgroep Nederlands en Gunther Van Neste en Karlijn Waterman van de Taalunie met rectrice Donata Vianelli van de Universiteit van Triëst over het project en over toekomststrategieën voor talenstudies in het algemeen.

Tijdens de opening verwoordde Gunther Van Neste het treffend:

“Docenten uit de internationale neerlandistiek en wij, vertegenwoordigers van de Taalunie, wisten het al uit ervaring: naar het Nederlands is vraag in internationale culturele, diplomatieke en economische betrekkingen.”

Met de grote Vlaamse en Nederlandse havens, hun wereldwijde netwerken van havensteden en de 135 vakgroepen neerlandistiek wereldwijd liggen er grote kansen om dat economische potentieel nog veel beter te benutten.