Paardenbloemen tussen de stoeptegels
Beste lezer, ik moet iets opbiechten. Mijn Nederlands, dat ik al 26 jaar dagelijks gebruik, is eigenlijk helemaal niet van mij. Het was een cadeau van mijn (over)grootouders. Een erfstuk, als het ware, dat ze in de 20e eeuw bijeengesprokkeld hebben uit heel Europa en naar Genk brachten. Geen gemakkelijke logistieke opgave, zeker in die tijd. En zoals dat gaat met erfstukken: er zaten hier en daar wat barstjes in, wat stukjes die met liefde weer aan elkaar gelijmd waren. Maar een gegeven taal kijk je natuurlijk niet in de bek. Mijn oma, geboren in Spanje, leerde pas op latere leeftijd schrijven, en mijn nonno, afkomstig uit Sicilië, sprak thuis enkel Italiaans. Soit, het Nederlands was misschien niet perfect, maar het was wel het mooiste cadeau dat ze me ooit hadden kunnen geven.
Wat mijn Nederlands zo mooi maakt, is dat het vol sporen zit van dat wijdverspreide verleden. Tijdens mijn kinderjaren kropen die sporen onopgemerkt in mijn woordenschat als paardenbloemen tussen de stoeptegels. Als het kon, zou ik ze plukken, de pluisjes wegblazen en het nooit meer anders wensen. Zo mocht ik bij nonna en nonno stukjes brood soppen in de vino en polpette eten. Woorden die, doordrenkt met herinneringen, voor mij hun eigen betekenis kregen. Vino was “rode wijn” (“witte wijn” was gewoon wijn) en polpette zijn de gehaktballen van nonna. Gehaktballen die door iemand anders klaargemaakt werden, bleven gewoon gehaktballen. Er is dan ook honderd procent een verschil tussen nonna’s gehaktballen en alle andere gehaktballen, maar dat terzijde. Bij mijn Spaanse oma en Poolse opa droeg ik een babero (“slabbetje”), at ik ogórki (“augurken”) en zat ik op mijn dupa (“poep”). Met mijn nonna ging ik dan weer van deur tot deur op 31 december nieuwjaarsliedjes zingen in haar ouderlijk Kempens dorp: Nieuwjaarke zoete, kheb kou voeten…
Soms merk ik het pas wanneer iemand me erop wijst: dat mijn Nederlands nét iets anders klinkt. Dat een klank iets zuidelijker rolt, dat een zinsmelodie ergens anders vandaan lijkt te komen. In die momenten hoor ik mijn nonno in een rollende r, mijn oma in een zachte zucht aan het einde van een zin. Het zijn echo’s, kleine herinneringen die zijn blijven hangen in mijn stem. Mijn taal is een kruispunt, een landschap waar stemmen elkaar kruisen. In mijn Nederlands wonen accenten, stiltes, gezegdes en gebaren die van elders komen, maar hier hun plek gevonden hebben.
Ik denk dat dat is wat mijn Nederlands onderscheidt: het is een taal die geleefd heeft, die grenzen heeft overgestoken en zich in een nieuwe aarde heeft genesteld. Soms struikelt het, soms bloeit het, maar altijd herinnert het me eraan dat ik niet zomaar één taal spreek. Ik spreek een verhaal.
Mayte DestinoHet Nederlands is de rode draad in mijn leven. Een taal die ik studeerde, waarin ik werk en waarnaar ik in mijn vrije tijd telkens terugkeer. Mijn stem draagt de sporen van een meertalige familiegeschiedenis, waarin Spaans, Italiaans, Pools en Vlaams samenkomen.