"Goedemiddag allemaal! Mijn naam is Lesia Chaika. Ik ben een studente Nederlands uit Oekraïne.
Nu wordt heel Oekraïne, ook Kyiv waar ik vandaan kom, gebombardeerd. Zoals al drie en een half jaar. Maar de laatste weken en maanden is het erger, heftiger dan ooit. Een week geleden was ik in Kyiv en zat ik in de nacht samen met mijn familie in de gang van ons appartement te schuilen voor drones- en raketaanvallen. Zo’n dertig drones, telde ik, vlogen langs ons huis. Dertig explosies. Enkele weken daarvoor sprongen onze ramen stuk door de drukgolf van de raket die een flatgebouw in de buurt raakte en vernietigde. Maar nu, vandaag, sta ik hier in de Eerste Kamer in Den Haag om een presentatie over de neerlandistiek in Oekraïne te geven. En dat is dankzij de Taalunie. Mijn hele reis met de Nederlandse taal en de Nederlandstalige cultuur, vanaf het begin van mijn studie in Kyiv tot op dit moment, zou zonder de Taalunie niet mogelijk zijn geweest.
Ik ben in 2018 begonnen met mijn studie Nederlands aan de Nationale Linguïstische Universiteit van Kyiv. Vanaf 2022 volg ik een master Nederlands aan de Károli Gáspár Universiteit in Boedapest. Onze hele studie Nederlands was niet zonder uitdagingen. Toen mijn studiegenoten en ik in Kyiv eerstejaars waren, nam onze eerste docent ontslag. Gelukkig mochten we doorgaan met onze studie dankzij zijn opvolgster Valeria Maiboroda die alle volgende jaren onze vakgroep in stand heeft gehouden. Helaas begon tijdens ons tweede jaar de coronapandemie en later, in het vierde jaar, brak de grootschalige oorlog uit. De toekomst leek voor ons bijna niet te bestaan. We leefden alleen in het heden, van nieuwsbericht tot nieuwsbericht, waren bezig met overleven en met het denken aan vrienden en familieleden die zich op minder veilige plekken bevonden. Plotseling kregen we een uitnodiging van de vakgroep Nederlands aan de Károli Gáspár Universiteit in Boedapest om voor enkele maanden naar Hongarije te komen en onze studie daar in veiligheid af te ronden. Jaap Faber, een docent van die afdeling in Boedapest, was een paar jaar eerder naar onze vakgroep Nederlands in Kyiv gekomen om les te geven. Al deze verbanden werden via de Taalunie gelegd en precies dit maakte ons vertrek naar Hongarije mogelijk. Begin april 2022 vertrokken zeven studiegenoten (allemaal meisjes, want jongens mochten en mogen nog steeds het land niet verlaten) naar Boedapest om daar onze laatste maanden als bachelorstudent door te brengen. Voor geen van ons was het een gemakkelijke beslissing om ons land en onze families, waar we zoveel van houden, achter te laten in zo’n moeilijke tijd.
Toen we bij de Károli Gáspár Universiteit in Boedapest aankwamen, kregen we ontzettend veel steun van Anikó Daróczi, het hoofd van de vakgroep Nederlands, en van alle andere docenten – in het bijzonder van Jaap Faber, Adrienn Dióssi, Ivo Boers, Eszter Zelenka, Anne Tamm – én van de medewerkers van de administratie. Dankzij hen hadden we alles wat we nodig hadden: onderdak, financiële en emotionele steun, tijd en ruimte om tot rust te komen, maar ook om te kunnen studeren en kennis te maken met onze Hongaarse studiegenoten. We volgden colleges aan de Hongaarse universiteit en ook online lessen aan de Oekraïense universiteit. Jaap gaf ook nog apart online les voor de jongens en degenen die het land niet uit konden. Zodoende konden we onze scripties afronden en als bachelor afstuderen aan onze universiteit in Kyiv. Na drie maanden keerden de Oekraïense studiegenoten terug naar Oekraïne. Intussen stelde Anikó Daróczi ons voor om aan de masteropleiding te blijven studeren. Zowel ik als Natalia Lehka, een studiegenote uit Kyiv, besloten om onze studie in Boedapest voort te zetten. Anikó zocht actief naar manieren om ons ook financieel te ondersteunen. Uiteindelijk werden onze tweejarige masterstudie en ons verblijf in Boedapest mogelijk gemaakt dankzij de enorme hulp van de Taalunie en de Orde van den Prince, en mede door de enorme korting van het studiegeld en gratis studentenhuis die we van de Károli Universiteit kregen.
Iedereen is vaak erg geïnteresseerd: waarom ben ik eigenlijk Nederlands gaan studeren? Eerlijk gezegd was het voor mij een vrij spontane beslissing. Op school had ik Japans geleerd en ik dacht altijd dat ik die richting zou volgen – Aziatische talen en culturen dus. Maar op een dag kreeg ik een telefoontje van de universiteit dat ik was aangenomen voor de opleiding Nederlands, en op dat moment besloot ik van richting te veranderen. In mijn jeugd heb ik een aantal keer Nederland bezocht en het Nederlands klonk voor mij altijd heel bijzonder, alsof het een mooie middeleeuwse, maar tegelijkertijd ook heel moderne taal was. Dus ik dacht: waarom zou ik het niet proberen en gewoon Nederlands gaan leren? Als ik nu, na al die jaren, terugdenk aan dat telefoontje, ben ik tot de conclusie gekomen dat het eigenlijk het Nederlands was dat mij gekozen heeft – en niet andersom. Het Nederlands geeft me een oneindig gevoel van vrijheid. Het bracht me namelijk helemaal vanuit Kyiv via Boedapest naar hier.
Mijn wens om het beste dat de Nederlandse taal en Nederlandstalige cultuur te bieden hebben met anderen te delen is op een natuurlijke manier uitgegroeid tot het idee om een Nederlands-Vlaams cultuurcentrum in Kyiv op te richten: een plek waar de Nederlandstalige cultuur vertegenwoordigd kan worden, waar mensen en culturen met elkaar in contact komen, waar iedereen gedachten en ervaringen kan delen en samen iets nieuws kan creëren – op het gebied van literatuur, muziek, theater, enzovoort. Om inzicht te krijgen in hoe cultuurinstellingen werken en wat de uitdagingen zijn, liep ik afgelopen zeven maanden stage in Nederland. Ik kon dit doen met de steun van het Erasmus+-programma en de Károli Universiteit. Uiteindelijk belandde ik bij het debat- en cultuurcentrum De Balie en Mime Wave Stichting in Amsterdam, en bij de boekwinkel Savannah Bay in Utrecht. De Balie en Savannah Bay waren twee van de vele stagetips die ik van de schrijfster Manon Uphoff kreeg die dankzij een subsidie van de Taalunie in Boedapest was en aan de Károli Universiteit een workshop en een college gaf.
De afgelopen jaren is de band tussen Oekraïne, Nederland en België sterker geworden. Dit gebeurde grotendeels vanwege de oorlog. Nederland en België helpen Oekraïne enorm – met wapens, vliegtuigen, geld, humanitaire hulp, het delen van ervaring en samenwerking op het gebied van mensenrechten, demografische kwesties, gerechtigheid, enzovoort. Op basis van deze politieke samenwerking is er ook culturele uitwisseling, en naar mijn mening is dat precies wat er moet gebeuren. Eind april werd de vertegenwoordiging van het Oekraïens Instituut in Nederland geopend. Ook worden er in Nederland en Vlaanderen verschillende evenementen georganiseerd waarbij Oekraïense sprekers worden uitgenodigd. Bijvoorbeeld voor de programma’s van De Balie, hun festival Forum on European culture en voor de avonden en panelgesprekken van PEN Vlaanderen. En andersom: Oekraïense festivals (zoals het BoekForum in Lviv of het BoekArsenaal in Kyiv) nodigen Nederlandse en Vlaamse sprekers uit. Sommigen van hen komen voor discussies en steunmissies, zoals Manon Uphoff, Lisa Weeda, Jaap Scholten, Florian Jacobs, Tommy Wieringa, Maurits Chabot, die op uitnodiging van PEN Oekraïne en UkraineWorld kwamen. Belgische oorlogsjournalist Arnaud De Decker maakt regelmatig reportages vanuit Oekraïne en in februari 2025 publiceerde hij zijn boek ‘Onverwoestbaar’ met zijn ervaringen en verhalen over Oekraïne.
Ik geloof dat de Nederlandstalige cultuur veel potentieel heeft in Oekraïne als ze goed wordt gepresenteerd. Maar zelfs al groeit het aantal evenementen langzaam, er is geen enkele organisatie die al deze informatie verzamelt, publiceert, promoot, mensen informeert en uitnodigt. Op die manier blijft het allemaal onopgemerkt voor een groot aantal mensen die geen directe band met Nederland of België hebben, maar misschien wél geïnteresseerd zijn om er meer over te horen of te leren.
De ervaring van de stage gaf me nog meer inzicht in hoe essentieel culturele instellingen zijn. De vorm ervan kan verschillen, maar de inhoud en het doel blijven even belangrijk: cultuur, ideeën en een manier van leven met anderen delen en zichtbaar maken. Het is noodzakelijk, zeker in tijden van oorlog. Daarom wil ik zo’n culturele instelling oprichten die de Nederlandstalige cultuur in Oekraïne verspreidt. Daar gaat mijn afstudeeronderzoek over en in de toekomst ga ik mijn idee stap voor stap realiseren, beginnend met een plan van aanpak, het zoeken naar partners en het oprichten van een stichting. Ik vraag me af of mijn idee misschien ook anderen kan inspireren en of ze geïnteresseerd kunnen zijn in een mogelijke samenwerking. Ik geloof dat zo’n Nederlands-Vlaams cultuurcentrum in Oekraïne een prachtig project zal worden, dat veel waardevolle contacten en betekenisvolle resultaten zal opleveren.
Dank u wel!"