In de nieuwe maandelijkse rubriek van Taalunie:Bericht vragen we het studenten, docenten en onderzoekers. In deze eerste editie vertelt Mirko Cvetković, oprichter van taalschool Taalboost, zijn verhaal aan de hand van vier vragen.
1. Welke studie heb je gevolgd?
Ik heb mijn bachelor en eerste master Neerlandistiek aan de Filologische Faculteit in Belgrado (Servië) gehaald. Tijdens mijn studie bracht ik een semester door aan de Universiteit van Wenen met een CEEPUS-beurs.
Hoewel ik gedurende de basisstudie aardig wat Nederlandse literaire werken moest lezen en me moest verdiepen in de cultuur- en vertaalwetenschap, lag mijn voorkeur altijd bij de taalkundige vakken. Daarom vervolgde ik mijn studie met een tweede master Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam, deze keer met een beurs van de Taalunie. Bij de UvA kon ik veel kennis opdoen op het gebied van tweedetaalverwerving. Mijn masterscriptie ging over de toekenning van “de” en “het” aan zelfstandige naamwoorden door tweetalige Servisch-Nederlandse kinderen.
2. Waarom ben je deze studie gaan doen?
Die vraag vind ik altijd lastig te beantwoorden. Ik ging naar het Filologisch gymnasium, dus was het in mijn optiek altijd vanzelfsprekend dat ik talen ging studeren. Waarom ik Nederlands heb gekozen, ligt wat ingewikkelder. Ik wilde een Germaanse taal studeren, en hoorde goede verhalen over de kersverse Vakgroep Neerlandistiek die toen pas twee jaar bestond en opgericht werd door prof. dr Jelica Novaković-Lopušina.
Daarnaast speelde de tijdgeest ook een doorslaggevende rol bij mijn studiekeuze. Ik ben in Joegoslavië opgegroeid, het land dat in de jaren negentig door meerdere oorlogen werd geteisterd. Het geweld, het isolement en het ontwrichtende nationalisme om me heen stonden in schril contrast met het toentertijd nog progressief links Nederland, en met name Amsterdam waar je - althans voor mijn gevoel - altijd vrij was om te zijn wie je wilde zijn.
3. Wat doe je nu met het Nederlands? Hoe gebruik je de kennis van de taal en cultuur die je in je studie hebt opgedaan? En wat levert dat op voor jouw werk?
Alles wat ik na mijn studie heb gedaan, staat in nauw verband met het Nederlands. In Belgrado kreeg ik mijn eerste aanstelling als docent NVT (Nederlands als vreemde taal) bij de Vakgroep Neerlandistiek. Daar gaf ik naast Nederlandse les ook colleges Nederlandse uitspraak, Nederlandse woordvorming en sociolinguïstiek aan de studenten van de Vakgroep.
Na vijf jaar te hebben gewerkt bij de Vakgroep wilde ik me verder verdiepen in het experimentele onderzoek en kwam ik naar Nederland om tweetalige proefpersonen te zoeken voor mijn masterscriptie. Tijdens de masterstudie begon ik het lesgeven weer te missen en om wat bij te verdienen als student zette ik mijn ‘oude’ baan voort als docent Nederlands, deze keer in Amsterdam en aan een andere doelgroep.
Het lesgeven aan expats bleek een daverend succes. De cursisten zagen mij als een ervaringsdeskundige die goed kon bemiddelen en de kloof tussen hun cultuur en de Nederlandse cultuur helpen overbruggen. Daarnaast sloot mijn Nederlandse ‘taalbrein’ nauwer bij hun situatie aan, omdat ik net als zij de Nederlandse taal als volwassene ging leren. Daardoor kon ik hen bepaalde concepten en mechanismen van de Nederlandse taalstructuren op een stelselmatige manier bijbrengen waar een moedertaalspreker niet per se over na hoeft te denken bij het leren van het Nederlands
Zoveel mogelijk expats helpen om het Nederlands te begrijpen en het zo efficiënt mogelijk te leren was ook de drijfveer achter TaalBoost - Dutch language courses. Ik heb de taalschool in 2017 in het centrum van Amsterdam opgericht en sinds maart 2020 worden er ook online cursussen aangeboden, wat ondertussen neerkomt op meer dan 100 cursussen en 1000 inschrijvingen per jaar. In het begin gaf ik zelf veel les maar tegenwoordig worden die verzorgd door een team van ongeveer 20 fantastische mensen. Ik ben nu verantwoordelijk voor het opleiden van de nieuwe docenten, naast de kwaliteitscontrole en de algemene planning. Tot slot maak ik content voor social media voor iedereen die Nederlands leert (check het Instagramaccount van TaalBoost), schrijf ik artikelen over (het leren van) de Nederlandse taal, en houd ik me bezig met het grafisch ontwerp.
4. Wat vind je het mooiste Nederlandse woord?
Er zijn zoveel mooie Nederlandse woorden, maar als ik er één moet kiezen dan is dat ‘medemens’. Ik ben groot fan van samengestelde en afgeleide woorden in de Nederlandse taal, en dan in het bijzonder van de woorden die beginnen met ‘me(d)e’ of ‘samen’ zoals: meeleven, meegaan, medewerker, medestudent, samenleving, samenwerken, etc. Met z’n tweetjes of met meer mensen is het altijd gezelliger dan alleen en ik vind het fijn dat de Nederlandse taal daar vatbaar voor en productief mee is. Hoe prachtig is dat!
Nederlands internationaal
De Taalunie wil de rol en meerwaarde van het Nederlands internationaal zichtbaar maken en beter benutten door het onderwijs, onderzoek en gebruik van de Nederlandse taal en Nederlandstalige cultuur te versterken en door internationale netwerken rond Nederlands verder uit de bouwen en met elkaar te verbinden. We versterken het internationale onderwijs en onderzoek van het Nederlands door het bieden van ondersteuning aan studenten, docenten en onderwijsinstellingen die buiten het taalgebied actief met het Nederlands bezig zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het financieel ondersteunen van netwerken, gastdocenten, gastschrijvers, conferenties en projecten , maar ook door het beschikbaar stellen van cursussen, toetsingsmogelijkheden en informatie over leermiddelen.
Meer informatie over het belang van het Nederlands internationaal.