15 dec 2021

Comité van Ministers legt basis voor moderne organisatie

De vergadering van Comité van Ministers van de Taalunie van 13 december was de laatste van het werkjaar en stond vooral in teken van de follow-up van de aanbevelingen uit het visitatierapport van de Taalunie. De eerste prioriteit ligt daar bij het verder professionaliseren en moderniseren van de organisatie. Beleidsmatig legde het Comité van Ministers de nadruk op het belang van lezen en schrijven en het uitwerken van een beleidsvisie over taalcompetentie voor het Standaardnederlands.

Visitatierapport

Nadat Marc van Oostendorp, voorzitter van de visitatiecommissie, de aanbevelingen uit het visitatierapport had toegelicht en de algemeen secretaris een eerste reactie had gegeven, besliste het Comité van Ministers om het Algemeen Secretariaat, de Interparlementaire Commissie en de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren uit te nodigen om inhoudelijk te reageren voor de juni-vergadering van volgend jaar. De algemeen secretaris kreeg daarnaast het uitdrukkelijke mandaat om ter uitvoering van de aanbevelingen een veranderingsproces binnen de organisatie in gang te zetten en tot een goed einde te brengen.

Lezen en schrijven

Het Comité van Ministers wil naar aanleiding van het Taalunierapport “Effectief leesonderwijs in de lerarenopleiding” het gesprek aangaan met de lerarenopleidingen om te komen tot een verbetering van het leesonderwijs. Dit is in lijn met de reeds in gang gezette leesoffensieven in Vlaanderen en Nederland en sluit aan bij de bemerkingen van het recentelijk opgeleverd rapport van de Vlaamse commissie Beter Onderwijs.

Daaraan verbonden wordt het belang van effectief schrijfonderwijs onder de aandacht gebracht, ook buiten het vak Nederlands, en de opdracht gegeven aan het Algemeen Secretariaat om in samenwerking met de overheden een bredere beleidsvisie over taalcompetentie voor het Standaardnederlands uit te werken tegen de volgende vergadering. Dit onderwerp kan ook op grote belangstelling rekenen van de Surinaamse minister. Zij wil graag samen met het algemeen secretariaat bekijken hoe de onderzoeken naar effectief lees- en schrijfonderwijs kunnen worden vertaald naar de specifieke context van haar land.

Verder werd ook beslist dat de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren 2024 zal plaatsvinden in het Koninklijk Paleis in Brussel en het te winnen geldbedrag voortaan 60.000 euro zal bedragen.

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren mag dan weer een nieuw lid verwelkomen. Professor Jordi Casteleyn wordt aangesteld voor een termijn van drie jaar, met ingang van 1 januari 2022.

Het Actieplan voor de Neerlandistiek, toegelicht door de algemeen secretaris, kon rekenen op een warme belangstelling van de ministers. Na het aantreden van een nieuw kabinet in Nederland zullen daarover verdere beslissingen worden genomen.