23 apr 2021

Beschrijven of voorschrijven – dat is de vraag

Sinds een paar dagen is de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), een van de eerste verwezenlijkingen van de Taalunie uit 1984, ook bij een breder publiek bekend.

De ANS is een groots opgezette beschrijving van de onderliggende regels in het taalgebruik van Nederlandstaligen, en richt zich op een publiek van taalprofessionals. Afgelopen dinsdag lanceerden het Instituut voor de Nederlandse Taal en de Taalunie een nieuwe elektronische versie van die ANS. Als kers op de taart voor de tweehonderd taalkundigen die de voorstelling online bijwoonden, werden de herwerking van een paar hoofdstukken, maar ook een nieuwe didactische laag voor buitenlandse studenten gepresenteerd. Toch ging de aandacht in de media vooral naar een paar elementen die al sinds 1984 in de ANS beschreven staan, en die alle taalprofessionals ook kennen. Nederlandstaligen zeggen al eeuwen lang zowel “groter dan” als “groter als”. Nagenoeg iedereen doet dat. Maar – zoals de ANS ook met zoveel woorden zegt – de meeste mensen vinden “groter als” informeel of slordig taalgebruik. Daarom kun je dan ook op taaladvies.net de aanbeveling lezen om in verzorgde spreek- en schrijftaal “groter dan” te gebruiken. En dat blijft ook gewoon zo.

Taalpolitie?

Kan de Taalunie ervoor zorgen dat niemand “groter als” zegt of schrijft? Kan de Taalunie voorkomen dat iemand een dt-fout schrijft, het Belgische “op de trein” gebruikt in plaats van het Nederlandse “in de trein”? Kan de Taalunie ervoor zorgen dat het Nederlands niet doorspekt raakt met Engelse woorden? Kunnen we vermijden dat mensen informeel taalgebruik hanteren of dat jongeren in sms-taal communiceren. Nee, maar met woordenlijst.org en taaladvies.net biedt de Taalunie instrumenten waar het brede publiek een antwoord kan vinden op nagenoeg elke netelige vraag over het Nederlands. Gratis, voor iedereen.

Opdracht

Veertig jaar geleden richtten Nederland en Vlaanderen samen de Nederlandse Taalunie op. Die organisatie, waar ik sinds vorig jaar algemeen secretaris van ben, heeft van de beide overheden taken toebedeeld gekregen op het vlak van ondersteuning en ontwikkeling van een gedeelde standaardtaal, beleid voor het onderwijs Nederlands binnen en buiten het taalgebied (aan ongeveer 140 universiteiten wereldwijd), en gezamenlijke culturele infrastructuur (zoals de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren – www.dbnl.org).

Het brede publiek kent de Taalunie vooral als de organisatie die de spelling bepaalt. Dat gebeurt in opdracht van de Vlaamse en Nederlandse ministers van cultuur en onderwijs. De laatste grote wijzigingen van die spelling betroffen de regels over de spelling van samengestelde woorden (pannenkoek) en van werkwoorden gebaseerd op leenwoorden uit het Engels (gedeletet). Het Comité van Ministers besloot nadien om een zogenaamde “spellingrust” in te stellen, en er staan voor de toekomst dan ook geen grote wijzigingen op de agenda. Voorstellen voor de wijziging van fundamentele aspecten van onze spelling zoals de dt-regel zijn op dit ogenblik een puur academische gedachteoefening. Via woordenlijst.org kan je voor elk woord de juiste spelling opzoeken, en we vullen die woordenlijst ook continu aan met nieuwe woorden die in de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse media en andere geschreven bronnen opduiken.

De officiële spelling is voorgeschreven voor het onderwijs en voor de overheid. Of mensen zich buiten die contexten aan de spellingsregels houden, is hun eigen keuze, maar het spreekt voor zich dat een tekst die zich aan die regels houdt, door meer mensen zonder problemen gelezen kan worden en ook minder kleine ergernissen bij het doelpubliek zal veroorzaken. Hetzelfde geldt voor heel veel andere kwesties op het vlak van woordkeuze en grammatica. Bepaalde constructies worden niet door iedereen aanvaard, sommige woorden zijn typisch voor België, Nederland of Suriname, en bepaalde dingen kun je wel zeggen of gebruiken in een informele context, maar vermijd je beter wanneer je een sollicitatiebrief schrijf. Via taaladvies.net, een samenwerkingsverband tussen de Taalunie en experts uit Vlaanderen en Nederland, vindt elke taalgebruiker concrete handreikingen over al deze onderwerpen.

 

Kris Van de Poel
Algemeen secretaris Taalunie